Oudste stad van Nederland
Nijmegen, de oudste stad Nijmegen is een stad met een rijke cultuurhistorie. Het is ook de stad waar je snel thuis voelt, omdat ik onder de rook van Nijmegen ben opgegroeid. Nijmegen is de oudste stad van Nederland, zelfs ouder dan steden zoals Maastricht of Deventer. De rijke cultuurgeschiedenis gaat 2000 jaar terug, toen de Romeinen hier neerstreken en Nijmegen uitgroeide tot de grootste stad van het toenmalige Nederland. Enkele eeuwen later was het keizer Karel de Grote die besloot om op het Valkhof, nabij de rivier de Waal, een paleis te bouwen. Het werd een van de belangrijkste plaatsen van zijn rijk. In de vele eeuwen die volgden in de Nijmeegse geschiedenis kozen ook andere vorsten, hertogen en keizers Nijmegen als vestigingsplaats. Nijmegen behoorde als Rijksstad onder rechtstreeks gezag van de keizer van het Rooms-Duitse Rijk. Nijmegenaren behoorden tot de meest bevoorrecht burgers van Europa. Eeuwen later pas is de stad geevenaard door opbloeiende handelssteden in de Hollandse gewesten.
Een oude stad in de moderne tijd
Nijmegen is niet alleen de oudste stad van Nederland, het heeft ook de oudste winkelstraat en het is de enige stad in Nederland die zowel een boven- als een benedenstad heeft. Kortom Nijmegen is een speciale stad in de Nederlandse geschiedenis, een stad met veel cultuurschatten.
Vanwege de strategische ligging van de stad is er in het verleden ook veel gevochten. De laatste strijd dateert uit de Tweede Wereldoorlog, toen geallieerden en Duitsers elkaar hier bestreden. In deze recente geschiedenis is een groot deel van de Nijmeegse oude binnenstad verwoest. Dankzij een geslaagde wederopbouw en de nodige restauratiewerkzaamheden heeft Nijmegen haar gezellige en levendige karakter kunnen behouden. Nijmegen is studenten- en cultuurstad en dit merk je meteen als je op een heerlijke avond door de stad loopt. Gezellig drukke terrassen met op de achtergrond de nodige historische bouwwerken zorgen voor een opgewekte sfeer. De stad ademt, vooral op mooie zomerdagen, een zuiderlijke gemoedelijke sfeer uit. Als u oog heeft voor het verleden, dan kunt u ruimschoots genieten van de rijke afwisselling aan cultuurhistorie die Nijmegen te bieden heeft. Er zijn nog een behoorlijk aantal plaatsen waat je de rijke geschiedenis kan ruiken. Er zijn vele monumentale panden te vinden en ook zijn enkele delen van de oude stadmuur nog zichtbaar. Kortom als u de ogen open heeft dan heeft Nijmegen veel (cultuurhistorie) te bieden.
Stadsuitbreiding
Lange tijd lag de stad opgesloten binnen haar eigen vestigingsmuren. Pas in 1874 mochten de muren worden gesloopt. Na deze ontmanteling kon aan uitbreiding worden gedacht en is Nijmegen gegroeid naar een stad met zo’n 150.000 inwoners. Waar eens de stadsgrachten lagen werden statige, brede singels aangelegd. Het Keizer Karelplein vormde daarin een knooppunt. Deze singels en het plein vormen vandaag de dag nog steeds het beeld van Nijmegen even buiten het (oude) centrum. Er zijn vele oude statige panden te vinden die typerend zijn voor Nijmegen. Deze huizen zijn na de sloop van de vestigingsmuren gebouwd en behoren tot de meer recente geschiedenis van de stad. Temidden van het Keizer Karelplein is een bronzen beeld geplaats van keizer Karel de Grote op een steigerend paard.
Kronenburgerpark en de resten van de Nijmeegse vestigingswerken
In het Kronenburgerpark duiken we de geschiedenis van de stad in. Het park zelf is aangelegd in 1880. De grote variatie aan boomsoorten (150!) en de hoogteverschillen maken het park uniek voor Nederlands begrippen. In het park zijn delen van de vroegere stadsmuren en enkele torens (deels) bewaard gebleven. Door het park heen loopt een deel van de stadmuur en het geeft een indruk van de indrukwekkende vestigingswerken de de stad ooit hebben beschermd. Van de 3 bewaarde torens is de kruittoren (1425) absoluut de mooiste en best bewaard gebleven. Andere torens zijn de nooit afgemaakte St. Jacobstoren uit 1525 en het Rondeel (1527). Vanaf de resten van het Rondeel is er een prachtig uitzicht op het park en op de stad met de St. Stevenstoren. De kruittoren uit 1425 is nog in prima conditie. Deze verdedigingstorens maakten deel uit van de tweede ommuring van de stad uit de 15e eeuw. Van de eerste ommuring (halverwege de 13e eeuw) is niets meer over.
De Hezelstraat, de oudste winkelstraat van Nederland
Vanuit het Kronenburgerpark kan het historische centrum worden betreden via de oude Hezelstraat. De lange Hezelstraat was reeds in de Romeinse tijd een belangrijke doorvoerweg. In de middeleeuwen groeide hij uit tot de belangrijkste handelsroute in de regio. Daarmee mag deze straat zich de oudste winkelstraat van Nederland noemen. Als een van de eerste steden van Nederland verschenen hier in de 13e eeuw sten huizen tot wel 15 meter hoog. Deze bouwhoogte was uniek voor die tijd. Achter de gevels van de huidige panden staan nog steeds resten van 8 eeuwen huizenbouw. De panden op nummer 50-52 stammen nog uit de middeleeuwen. De meeste gevels zijn echter minder oud en zijn gebouwd vanaf 1900. De architectuur van deze huizen is gebaseerd op de Jugenstil (Art Nouveau) stijl die gekenmerkt wordt door levendige, natuurlijke vormen en het gebruik van ambachtelijke bouwmaterialen zoals hout, glas-in-lood, tegeltableaus, geglazuurde baksteen en gietijzer. Vooral boven de etalages van de winkels is de architectuur van de Lange Hezelstraat goed te zien.
Mariken van Nieumeghen, een bekend Middeleeuws mirakelspel
Een bekend Middeleeuws mirakelspel is Mariken van Nieumeghen. Mariken liet zich door de duivel Moenen verleiden en leefde met hem 7 jaar in zonde. Op de Grote Markt kwam ze to inkeer. Na een 7 jarig verblijf in het klooster werd ze van alle zonden vergeven en leidde voortaan een deugdzaam en vroom bestaan. Tegenover het kerkportaal staat een modern beeld van de duivel Moenen, hij zit symbolisch met de rug naar de kerk toe. Even verder onder de kerkboog door staat een beeld van Mariken op de Grote Markt. Mariken staat hier gescheiden van Moenen haar zonden te overdenken.
De Sint Stevenskerk
De Hezelstraat en de Burchtstraat vormen samen de scheidslijn tussen de Beneden- en de Bovenstad. Nijmegen is de enigste plaats in Nederland met een Benedenstad. Op de grens tussen de Beneden- en de Bovenstad is te Sint Stevenskek (Grote Stevenskerk) te vinden. Al in 1254 is met de bouw van deze machtige kerk begonnen. Tot in de 16e eeuw is men bezig geweest om de kerk te verbouwen en uit te breiden. Een betere blik op de kerk zal ook aantonen dat er verschillende bouwstijlen in het gebouw verwerkt zijn. Zo is de onderbouw van de St Stevenstoren sober en is de stijl van het kerkportaal opgetrokken in een prachtige laat-gotische stijl. In de Tachtigjarige oorlog is de van oorspong katholieke kerk ingelijfd door de protestanten. De kerk was nog niet af, maar de protestanten vonden het niet nodig om de kerk verder te verfraaien. Daardoor wordt het dak nog steeds gedragen door houten tongewelven in plaats van de gebruikelijke stenen kruisgewelven. Ook zorgen de protestanten voor een versobering van het interieur. In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk en de toren zwaar beschadigd. In de jaren na de oorlog is de toren gerestaureerd naar voorbeeld van de Renaissance-spits uit 1605. Naast de kerk ligt een schilderachtige rij huizen die vroeger onderdak boden aan de kanunniken, geestelijken die verbonden waren aan de kerk.
Rondom de Sint Stevenskerk
Naast Moenen staat de Latijnse school. Deze voorloper van het gymnasium is in 1546 gesticht door de Apostelenkerk van Keulen. Jongens van goede komaf kregen hier onderwijs in Latijn, retorica, dialectica en Gregoriaanse kerkengezang. De katholieke nibreng verdween echter al snel door de overname van het Nijmeegse stadsbestuur en, in 1591, door de protestanten. Herrineringen aan de apostolische stichters zijn de beelden van de 12 apostelen, de tekst van de 10 geboden tussen de vensters en de beelden van de 4 kerkvaders boven de ingang. Ook zijn valk onder de dakrand gebeeldhouwde schedels en gekruisde knoken te vinden die verwijzen naar de oorspronkelijke bestemming van deze plek, het kerkhof.
Naar de Grote Markt
Via de doorgang onder de kerkboog door komen we op de Grote Markt. De kerkboog dateert uit 1542 en bevat nog veel Gotische elementen, zoals natuurstenen, pilaren, een kruisbooggewelf en gebeeldhouwde kopjes. Het pand boven de kerkboog heeft een compleet andere bouwstijl en is amper een halve eeuw later gebouwd. Het voornaamste bouwmateriaal hier is baksteen, afgewisseld met beeldhouwwerk in naturrsteen. In de topgevel zijn klassieke elementen te herkennen. Met deze verschuiving van Gotiek naar Hollandse renaissancestijl is in een halve eeuw tijd afscheid genomen van de Middeleeuwen. Niet geheel toevallig valt deze verschuiving ook samen met de ‘bevrijding’ van de Spaanse overheersing in de Tachtigjarige oorlog. De oude, katholieke elite maakte in de Nederlanden plaats voor een nieuwe, zelfbewuste klasse van overwegend protestantse kooplieden. De meerderheid van de Nijmeegse bevolking is echter altijd katholiek gebleven.
Rondom de Grote Markt
In de Middeleeuwen lag over de volle breedte van de huizenrij op de eerste verdieping de ‘Laeckenhal’. Deze ruimte was 54 meter lang en vormde het centrum van de textielhandel en de ontmoetingsplaats voor het gilde. De begane grind was aan de kant van de markt open en vormde op deze manier een zuilengalerij. Pas in 1542 werd de galerij dichtgebouwd. De huidige panden kregene eind 16e, begin 17e eeuwe hun definitieve vorm, waarbij de ‘Laeckenhal’ heringedeeld werd in kleinere ruimtes. Enkele natuurstenen pijlers zijn nog in de gevelrij zichtbaar.
Het Waaggebouw op de Grote Markt stam uit 1612 en is een voorbeeld van de Hollandse-renaissancestijl. In het rechtergedeelte hing de officiele weegschaal, waarmee alle marktwaar werd gewogen. Door de grote poort kwamen de kooplui met hun kar naar binnen. Door eenzelfde poort aan de achterkant reden ze weer naar buiten. In de linkerhelft van het Waaggebouw was het officiele vleeshuis ondergebracht. Ter plekke werden dieren geslacht en ter verkoop aangeboden. Het onverkochte, oude vlees werd na 2 dagen agfgevoerd en buiten de stadspoorten verkocht aan de minder bedeelden.
Het stadhuis in de Burchtstraat
Het stadhuis in deze vorm stamt uit 1554. In deze tijd was het een erg modern gebouw met opmerkelijk veel elementen uit de vroege Renaissance. Zo zijn er ‘klassieke’ beelden te zien van keizers die Nijmegen groot gemaakt hebben. Op grote medaillonsstaan allegorische voorstellingen van de deugden waaraan de stadsbestuurders zich zouden moeten spiegelen, zoals hoop, liefde, geloof, moed, voorzichtigheid, eendracht en rechtvaardigheid. De toegangsdeur is rijk versierd met houtsnijwerk. Naast het stadhuis ligt een 2e poort. Deze Gedeputeerdenpoort uit 1663 gaf toegang tot de vergaderruimte van de Gedeputeerden van het gewest Gelre. De poort is duidelijk bedoeld om te imponeren en vooral ook om af te steken bij zijn ‘stadse’ buurman. Als vorm is gekozen voor een Romeinse triomfboog, bekroond door een klassiek tempelfront. Verder zit de poort van vol met elementen die verwijzen naar overwinning. Zo zijn er erepalmen, krijgstrofeeen, wapenuitrustingen, kanonnen en schilden verwerkt in de poort.
De Nijmeegse Benedenstad
Straten in de benedenstad zijn de Begijnenstraat, Oude have, Lage markt, Priemstraat, Nonnenstraat, Grotestraat en Steenstraat. In deze straten komt het hoogteverschil van Nijmegen goed naar voren
In de Begijnenstraat wordt de middeleeuwse sfeer voelbaar. Hier is het voormalige Arme Borgeren Kinderen Weeshuis gevestigd. Dit pand dateert uit de 16e eeuw en kreeg in 1644 haar huidige vorm. Het beeldhouwwerk op de deftige poort verwijst naar de vrome bedoelingen van de instellnig. Schuurdeuren van enkele panden in de Begijnenstraat maken duidelijk dat wonen en werken op hetzelfde adres eens heel normaal was.
De Oude haven, de Lage markt en de Commanderie van Sint Jan
De Oude haven herbergt een aantal oude koopmanswoningen die bewaard zijn gebleven. Er is een woning te vinden uit de 18e eeuw waar met een rijk versierd middenvenster dat wordt bekroond met een zeemeermin. De naam verwijst naar de haven die hier in het verleden binnen de stadsmuren lag.
De Lage markt ligt in het verlengde van de Oude haven. De meeste huizen hier hebben een bouwgeschiedenis die nog verder teruggaat dan de huizen in de Oude haven. De geschiedenis van veel panden gaat terug tot de 16e eeuw. In deze straat is ook de St. Antonispoort te vinden, de enige overgebleven grote stadspoort van Nijmegen.
De Commanderie van Sint Jan is gevestigd nabij de Nonnenstraat. Het oorspronkelijke gebouw stamt uit 1196 en ontleent zijn naam aan de kloosterorde der Johannieters, die er in 1214 introk. Deze legendarische orde van ridderbroeders legde zich vanaf de kruistochten toe op de ziekenzorg. De kloosterleiding was in handen van de commandeur.
De (oude) Steenstraat en de (moderne) Waalkade
In de steenstraat zijn 2 zeer oude huizen bewaard gebleven. Het betreft hier het Brouwershuys en het Besiendershuys. Het brouwershuys stamt uit de 16e eeuw (hoewel op de gevel het jaartal 1621 vermeld staat) en heeft een prachtige trappengevel. Even verder in deze straat staat het nog mooiere Besiendershuys. Dit pand heeft ook trapgevels en de geschiedenis gaat terug tot 1500.
Vandaag de dag is de waalkade een modern deel van de stad. Richting valkhof zijn echter nog een aantal statige 17e eeuwse huizen te vinden, evenals de Stratemakerstoren. Deze toren maakte deel uit van de middeleeuwse ommuring. Op de achtergrond is op de valkhofheuvel de Snit Nicolaaskapel te zien.
De historie van het valkhof
Dit is het beroemdste en belangrijkste stuk grond uit de Nijmeegse geschiedenis. De Romeinen stichten hier het Oppidum Batavorum (‘De hoofdstad der Bataen’), dat rond het jaar ’70 na Christus door de Bataafse opstandeling Julius Civilis in brand werd gestoken. In de laat Romeinse tijd (3e en 4e eeuw) lag hier een militaire versterking. Keizer Karel de Grote bouwde hier aan het eeind van de 8e eeuw een palts (paleis), die uitgroeide tot een van zijn belangrijkste residenties. Zelfs de Noormannen hadden het Valkhof een winter in hun bezit. Ook later keizers van het Rooms-Duitse Rijk waren regelmatig te vinden op het Valkhof. Keizer Frederik Barbarossa breidde de burcht in 1155 flink uit. Deze burcht heeft vele eeuwen stand gehouden, maar viel in 1796 ten prooi aan de slopershamer. Onder invloed van nieuwe politieke ideeen werd de burch verkocht aan slopers voor Fl.90.400,- (ongeveer $35.000). Ooit was de valkhofheuvel dus bebouwd met een machtige burcht met onder andere een hoge woontoren of donjon van wel 30 meter hoog. Vandaag de dag resten er nog slechts 2 kapellen uit de tijd van de burcht.
Het hunnerpark en resten van Nijmeegse vertigingswerken
Tussen het valkhof- en het hunnerpark is in de 12e eeuw een gracht gegraven. Oorspronkelijk was het valkhof dus veel groter. In het deel dat tegenwoordig hunnerpark genoemd is staat nog een klein deel van de stadsmuur. Ook staat hier vlak bij de waalbrug nog een waltoren die oorspronkelijk uit de 15e eeuw komt. Deze belvedere waltoren is halverwege de Gouden Eeuw (ongeveer 1650) vervangen door deze toren in Renaissance-stijl. Het stadsbestuur richtte er een herensocieteit in. U heeft vanaf de Belvedere een schitterend uitzicht over de omgeving. Boven de toegangsdeur hangt het kleurrijke wapen van Nijmegen. In hetzelfde park is nog een stukje van de stadsmuur uit de 15e eeuw te vinden.. In de 16e eeuw was de stadwal alweer verouderd door de uitvinding van het buskruit en daardoor moest de wal aan de stadskant verstevigd worden met een dikke aarden wal.
Het valkhof van vandaag de dag
Er zijn 2 kapellen zijn (deels) gespaard gebleven. De Sint Nicolaaskapel stamt voor een deel uit 1030 en is daarmee een van de oudste nog bestaande stenen gebouwen van Nederland. Het is bovendien een zeldzaam voorbeeld van Byzantijnse architectuur in noord west Europa. Byzantijnse bouwwerken hebben meestal een vierkante, ronde of veelhoekige grondvorm. Rond de ingang zijn nog goed de grote oorspronkelijke 11e eeuwse stenen te zien. Aan de achterkant van de kapel is te zien, dat met de bouw van de kapel ook gebruik is gemaakt van Romeins materiaal, waaronder dakpannen en bakstenen. De andere kapel, de Sint Maartenskapel (Barbarossaruine) is niet meer dan een ruine en is gebouwd in 1155 en zat in haar verleden aan de burcht vast. Van deze kapel rest niet meer dan een halfronde absis en een klein deel van het koor. In de binnenmuur is een aantal bogen te zien waar een tussenvloer op rustte. Dit was de scheidslijn tussen een relatief lage benedenkerk en een hoge bovenkerk. In de buitenmuur lijken de verhoudingen merkwaardigerwijs precies tegenovergesteld. Ook voor deze kapel zijn oudere bouwmaterialen hergebruikt. Zo zijn de marmeren hoekzuilen Romeins en de daarop liggende kapitelen uit de tijd van Karel de Grote.
Copyright tekst http://home.kabelfoon.nl/